Regeren gaat om het welzijn van de mensen

Dagelijks kun je in actualiteitenprogramma’s horen hoe zittende politici zich zorgen maken over verzet tegen asielzoekerscentra en de stijgende populariteit van de PVV in de peilingen. Toenemende vreemdelingenhaat, intolerantie en onverdraagzaamheid als gevolg van de alsmaar toenemende vluchtelingenstroom. Toch?

Aan de kant
In Nederland zijn op dit moment meer dan 1,3 miljoen mensen werkloos. Grote groepen staan aan de kant en hebben de hoop om ooit nog mee te mogen doen allang opgegeven. Vijftigplussers, met veel ervaring en vaak hoog opgeleid, raken alles wat zij in tientallen werkzame jaren hebben opgebouwd kwijt en glijden weg in de bijstand. De maatschappelijke stichting Moveoo maakte onlangs bekend dat in Limburg 76 gezinnen dakloos zijn en niet in aanmerking komen voor noodopvang. Voedselbanken kunnen de vraag niet meer aan. De armoede neemt toe, de weinige rijken worden steeds rijker. Dit leidt tot onvrede.

Eigen schuld, dikke bult? Als je de regering mag geloven wel. Alle verantwoordelijkheid voor het eigen welzijn wordt in toenemende mate bij de burger gelegd, terwijl oude zekerheden in rap tempo worden afgebouwd.

Sterke man
Na de economische crisis van 1929 nam de werkloosheid in Duitsland en daarmee ook de armoede enorm toe. Racisme en een mentaliteit van eigen volk eerst vonden hierin een vruchtbare voedingsbodem. Net als de behoefte aan een sterke man die met charisma en simpele one-liners het tij zou weten te keren. We weten allemaal waartoe dit geleid heeft. Niet dat ik Geert Wilders met Adolf Hitler zou willen vergelijken. En het Duitsland van toen is niet het Nederland van nu. Maar een vergelijkbare tendens is waarneembaar.

Werkgelegenheid
De oorzaak van de toenemende vreemdelingenhaat, onverdraagzaamheid en intolerantie is niet gelegen in de vluchtelingencrisis of de Islam. De werkelijke oorzaak is het gebrek aan werkgelegenheid. Je eigen broek ophouden? Doorwerken tot 67 of nog langer? Prima! Maar dan moet er wel werk zijn! Werk waar we volgens de Universele verklaring van de rechten van de mens (UVRM en het Europees Sociaal Handvest (ESH) nog  recht op hebben ook.

Regeren gaat allang niet meer om het welzijn van de burgers maar om de belangen van politici, multinationals en financiële instellingen. Miljarden aan belastinggeld wordt uitgegeven aan het in stand houden van een verouderd financieel systeem. 1,3 miljoen mensen staan aan de kant terwijl degenen die nog wel mee mogen doen gebukt gaan onder stress en burn-out.

Participatiesamenleving
In de troonrede van 17 september 2013 werd gesteld dat de klassieke verzorgingsstaat langzaam maar zeker verandert in een participatiesamenleving. ‘Wanneer mensen zelf vorm geven aan hun toekomst, voegen zij niet alleen waarde toe aan hun eigen leven, maar ook aan de samenleving als geheel’, zei de koning. Ik denk dat het tijd wordt voor een échte participatiesamenleving, waarin mensen door middel van een baan écht de kans krijgen vorm te geven aan hun toekomst en hun bijdrage te leveren aan de samenleving als geheel. Want er is werk genoeg en geld ook. Nu alleen nog een overheid die het eerlijk verdeelt.

Facebooktwittergoogle_plusmail

Ridders van Gelre

Laatst via Facebook ontdekt: een aflevering van Ridders van Gelre van Omroep Gelderland.

Familiegraf de GierNu ben ik geboren en opgegroeid in Den Haag en woon ik al 35 jaar in Limburg. Wat ik dan met Gelderland heb? Nâh, eigenlijk best veel. Om te beginnen behoorde een groot deel van Limburg tot het hertogdom Gelre waaronder Roermond, Echt,  mijn woonplaats Roosteren en Nieuwstadt. Daar ging deze aflevering van Ridders van Gelre over, het zogenaamde Overkwartier.

Ook een deel van mijn voorouders (van moederskant, De Gier) woonde in Gelderland. Sterker nog, zij waren in de middeleeuwen letterlijk ridders van Gelre. Enkele van hen liggen begraven in een familiegraf in de Sint Maartenskerk in Zaltbommel.

Verder is Den Haag in 1528 geplunderd en gebrandschat door troepen van Hertog Karel van Gelre. Kan ik nu nog kwaad over worden.

En dan is er natuurlijk nog Floris van Rosemondt, gepeeld door Rutger Hauer, de jongensheld uit de televisieserie ‘Floris’ uit 1969. Ik ken de meeste afleveringen nog uit mijn hoofd.

Deze televisieserie speelde zich af in de tijd van de Gelderse oorlogen. Veel historische figuren komen in de serie tot leven: Grote Pier, Maarten van Rossum, Philips de Schone, Jeroen Bosch … Wat was er aan de hand? Eigenlijk was Hertog Karel van Gelre de laatste feodale heer in de Nederlanden. Hij streed om zijn onafhankelijkheid tegen Philips de Schone en later  tegen de andere Habsburgse heerser Keizer Karel V, die de macht hadden in de belangrijkste delen van de Nederlanden. Die strijd speelde zich af tussen 1492 en 1543, op de grens van de middeleeuwen en de moderne tijd.

Nederlanden_1522

De Nederlanden in 1522

Aanvankelijk was Hertog Karel best succesvol in de ongelijke strijd. Vooral door het sluiten van bondgenootschappen en door die op het juiste moment weer te ontbinden. Op het hoogtepunt van zijn macht had hij de controle over wat nu Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland en Noord-Limburg is. De Friese piraat Grote Pier was zijn bondgenoot in de strijd tegen de Hollanders. Maarschalk Maarten van Rossum was zijn veldheer.

plunderingdenhaag

Plundering van Den Haag

De strijd werd niet gestreden in grote veldslagen. Maar in allerlei kleine schermutselingen en plundertochten. De bevolking leed daar enorm onder en in vrijwel alle Nederlanden vonden oorlogshandelingen plaats, met als hoogtepunt de plundering van Den Haag in 1528 onder bevel van Maarten van Rossum.

Na het overlijden van Karel van Gelre in 1538 werd Willem, de hertog van Kleef en Gullik ook hertog van Gelre. Net als Karel verzette hij zich tegen de Habsburgse heerser Karel V, maar miste de politieke vaardigheden van zijn voorganger en moest bij het Traktaat van Venlo in 1543 Gelre afstaan aan Karel V. Vanaf dat moment maakte Gelre deel uit van de Habsburgse Nederlanden.

En Maarten van Rossum?  Na de nederlaag van Hertog Willem, besloot Karel V  Van Rossum als maarschalk in dienst te nemen voordat Maarten bij een van zijn vijanden zou opduiken. Van Rossum hoefde daar niet lang over na te denken.

Denhaag_kunstwerk_willem_van_oranjeOp 7 juni 1555 stierf Maarten van Rossum aan de pest. Het bevel over de keizerlijke troepen werd overgenomen door een jonge Duitse edelman die onder anderen van Van Rossum de kneepjes van het militaire vak had geleerd: Willem, graaf van Nassau-Dillenburg en prins van Oranje.

In Den Haag, geplunderd door zijn leermeester, zijn voor hem twee bronzen standbeelden opgericht: een op het Plein en een voor het Paleis Noordeinde. Het kan verkeren.

Wat is het belang van dit hele verhaal? Met de annexatie door keizer Karel V van wat nu Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland en Noord Limburg is, werd de basis gelegd voor de landen van de Benelux en is er geen aparte Nedersaksische staat ontstaan. Bovendien was het de opmaat tot de 80-jarige oorlog, als voortzetting van het verzet tegen verre, buitenlandse overheersers waarin Willem van Oranje een belangrijke rol zou spelen.

En last but not least: Zonder de de Gelderse oorlogen geen prachtige televisieserie met Rutger Hauer in de hoofdrol die de jongensharten maar ook menig meisjeshart sneller deed slaan…

Bekijk alle afleveringen van Floris in de juiste volgorde

Facebooktwittergoogle_plusmail

Kalligrafie: gun je oude vulpen een tweede leven

alfabetHerkenbaar? Al jaren bewaar je een of meer vulpennen waarmee je niet meer lekker kunt schrijven omdat het puntje beschadigd is. Het puntje wat moeiteloos over het papier zou moeten glijden. Je kunt er eigenlijk niets meer mee. Gaat het om een dure merkpen? Dan kun je de penpunt vaak laten vervangen. Maar voor de goedkopere vulpennen is dat niet lonend of zelfs niet mogelijk.
Weggooien is zonde. Zeker als je van kalligrafie houdt. En is dat niet zo, dan kun je er anderen mee verrassen. Je kinderen bijvoorbeeld! Met een paar simpele handelingen is van de gewone vulpen met het beschadigde puntje namelijk een kalligrafiepen met een brede punt te maken.

Wat heb je nodig?

Een oude vulpen, een snijplank, een scherpe beitel, een hamer en een vel zeer fijn, waterproof schuurpapier.

Hoe gaat het in zijn werk?

  1. Verwijder de eventuele inktpatroon. Als de pen een vulsysteem heeft, controleer dan of dit nog werkt.
  2. Maak de vulpen goed schoon met lauwwarm water. Leg de pen eventueel een nacht in een bakje water.
  3. Droog de vulpen af en plaats de penpunt met de bovenkant naar beneden op de snijplank.
  4. Plaats de beitel haaks op de achterkant van de penpunt (zie afbeelding) en sla met de hamer hard op de beitel zodat het kapotte puntje van de pen afspringt en er een brede penpunt overblijft. Hoe verder je de beitel van de punt af plaatst, hoe breder de pen wordt en des te groter het verschil tussen de dunne en de dikke lijnen tijdens het schrijven.
  5. Maak het schuurpapier nat en maak met de vulpenpunt schrijfbewegingen op het natte schuurpapier. Polijst zo alle oneffenheden aan de punt weg.
  6. Plaats een inktpatroon of vul de pen met inkt.
  7. Je kalligrafiepen is klaar voor gebruik!

IMG_20150928_133315

IMG_20150928_134122

IMG_20150928_135552

Facebooktwittergoogle_plusmail

Sabine

IMG_0152Met Cartouche loop ik graag over de dijken. Dan kan hij los zonder er vandoor te gaan. De dijken rond Roosteren zijn namelijk omheind, zodat er een paar keer per jaar een kudde schapen op kan grazen en die liep nu op onze dijk. We moesten dus een ander rondje lopen. Ik besloot over de dijk langs het waterleidingbedrijf te gaan, door het gebied van de wilde paarden, en dan via de dijk langs de Kempstraat weer naar huis te lopen. Ondanks de zomertijd begon het al te schemeren toen ik bij het pad over de dijk kwam.

Ik hoorde een stem. Even dacht ik dat er jongens op de dijk zaten te praten maar toen ik de dijk op liep, zag ik dat het een vrouw was. Zij lag bovenop de dijk met opgetrokken knieën en haar broek was afgezakt zodat haar zwarte slip zichtbaar was. Ze had kennelijk enige tijd op haar sokken gelopen, want die waren modderig. Haar lichtblauwe Crocs lagen een paar meter bij haar vandaan. Naast haar stond een tas en lag een half lege fles oranje likeur. Blijkbaar voerde ze een telefoongesprek, want er lag een telefoon naast haar gezicht. Ze was nauwelijks te verstaan maar klonk erg gefrustreerd. Ik liep naar haar toe en vroeg of ze hulp nodig had. ‘Gaat het wel goed met je?’. ‘Weg met die hond’ riep ze een paar keer met dubbele tong. Ik bond Cartouche aan een aan het hek op de dijk. Ze riep weer iets onverstaanbaars.

Na een paar keer vragen begreep ik dat ze wilde dat ik haar telefoon nam Ze bleek te bellen met het Belgische noodnummer 112 en de man aan de andere kant van de lijn vertelde dat ze niet wist waar ze was en dat hij haar dus ook niet kon helpen. Dat helpen ging helemaal niet toen ik zei dat we vanuit Nederland belden. In dat geval moest ik met het Nederlandse noodnummer bellen. Wonder boven wonder schakelde de telefoon naar een Nederlands netwerk .

Ik legde de situatie uit. Ze zouden politie en een ambulance sturen, want de vrouw was inmiddels in een soort coma geraakt. Ook vroeg de man van het noodnummer of ik kon wachten tot de hulp was gearriveerd. Ondertussen was het helemaal donker geworden. Ik had mijn mobieltje thuis laten liggen en probeerde via haar telefoon mijn vrouw te bellen. Helaas, onvoldoende beltegoed. Na ongeveer een kwartier kwam de vrouw weer tot leven, ging zitten en nam een lange teug uit haar fles. ‘Wil je ook wat drinken?’, vroeg ze. Ik bedankte vriendelijk. ‘Waar ben ik hier’ vroeg ze. ‘In Roosteren’ zei ik. ‘Waar kom je vandaan?’ ‘Uit Susteren’, zei ze. ‘Ik heb daar een flat’.

Ze was blijkbaar wat tot haar positieven gekomen want ze was nu beter te verstaan. Omdat ze nu zat, kon ik haar gezicht bekijken. Ze was ongeveer 45 jaar en haar sluike, donkere haar viel in treurige slierten langs haar gezicht. Ooit moest ze knap geweest zijn. ‘Waar ben ik hier?’, vroeg ze weer. Ik vroeg hoe ze hier terecht was gekomen. Maar daar kon ze geen antwoord op geven. ‘Hoe heet je? vroeg ik. ‘Sabine’. Ik zei dat ik dat een mooie naam vond en met haar tandeloze mond probeerde ze verleidelijk te lachen. ‘Wil je mijn telefoonnummer?’ vroeg ze, weer nauwelijks verstaanbaar. Plotseling kiepte ze om, op haar zij met haar hoofd op de weg en begon keihard te snurken.

Weer een kwartier later zag ik vanuit Echt koplampen naderen. Sabine was ondertussen wakker geworden en lag weer met een of ander noodnummer te bellen. Ik hoorde haar een paar keer hard haar voor- en achternaam in de telefoon brullen. Waar ze was, was ze alweer vergeten. Een politiewagen stopte en twee vrolijke, jeugdige agenten stapten uit. ‘O, het is Sabine’ riep de agent met het blonde haar. ‘Een goede bekende van ons. Daar hadden we echt niet voor hoeven te komen. Als we daar aan gaan beginnen…’ ‘Maar ze lag bijna in coma’, probeerde ik. ‘Nou dat verbaast me niks’, zei de andere agent. ‘Wat die dagelijks allemaal aan alcohol en drugs in dat lijfje pompt. In iedere gemeente heb je van dit soort mensen. Die zwerven rond en slapen hun roes uit daar waar ze neervallen. Sabine is er ook zo eentje’. ‘Dan kan ik nu zeker wel gaan?’, zei ik. Ik gaf de agenten een hand. ‘Hou je goed, Sabine’, riep ik nog..

Ik maakte Cartouche los van het hek en liep de Kempstraat in. Ik dacht aan hoe fout het kan lopen in een mensenleven. Sabine, toch een veelbelovende naam. Toen ik bijna thuis was, stopte de politiewagen. De agent met het blonde haar draaide het raampje open. ‘Nou Sabine blijft vannacht lekker op de dijk slapen, hoor’. ‘Hebben jullie haar daar laten liggen?’ ‘Och ja, het is bijna Pasen en het vriest niet meer. dus…’ Zei de agent. ‘Maar er kan toch van alles gebeuren?’, vroeg ik. De agent haalde zijn schouders op. ‘Wat zou er dan moeten gebeuren?’ Na een goedenavond reden ze verder, mij enigszins verbaasd achterlatend.

Facebooktwittergoogle_plusmail
Video

Oradour-sur-Glane

Onze vakantie in Charente was een aaneenschakeling van plezier, lekker eten en drinken, genieten van elkaar en van de zon. Op één dag na. Ons bezoek aan Oradour-sur-Glane. Het oude Oradou-sur-Glane is een verwoest dorp, waarvan de resten als monument getuigenis afleggen van een laffe wraakactie van de Duitse bezetter naar aanleiding van een aanslag van het Franse verzet (waarbij twee Duitse militairen het leven lieten).

Het bloedbad van Oradour-sur-Glane vond plaats op 10 juni 1944. Het dorp werd die dag door het eerste regiment ‘Der Führer’ van de 2. SS-Panzer-Division Das Reich ingesloten en uiteindelijk verwoest. Bij deze overval werden 642 mensen vermoord. Slechts zes personen overleefden het bloedbad. De mannen werden bijeen gedreven en neergeschoten en de vrouwen en kinderen werden verzameld in de kerk die vervolgens in brand gestoken werd. Het jongste slachtoffertje was pas 8 weken…

Diep onder de indruk liepen we door het dorp dat na de oorlog ter nagedachtenis in de staat is gelaten zoals het na de verwoesting werd aangetroffen. Door de straten met ruïnes van de in brand gestoken huizen met hier en daar nog een verroeste naaimachine of de resten van een metalen tafel, een driewielertje. Langs de verwoeste café’s, de garage, de kapper, de meisjesschool. Langs roestige autowrakken. En de kerk. De kerk waarin zich een afschuwelijk drama heeft voltrokken. Vol eerbied liepen de bezoekers door het dakloze, geblakerde gebouw. Langs de gesmolten torenklok en de geschonden altaren. Bijna alle bezoekers dan. Een luidruchtige familie, zo te horen uit de Randstad, vond het nodig morbide grapjes te maken. Om de ogen uit je kop te schamen.

Hebben de mensen iets van dit bloedbad geleerd, vroegen we ons op de terugweg af. Helaas was het antwoord ontkennend. Ook nu nog vinden in de wereld dergelijke slachtpartijen plaats. Of worden vliegtuigen met onschuldige burgers uit de lucht geschoten. En als de omstandigheden zich voordoen, staan ook in ons keurige België en Nederland de oorlogsmisdadigers weer op om hun steentje bij te dragen aan het folteren en uitmoorden van de medemens.

Toch denk ik dat we op de goede weg zijn. De verbinding tussen mensen, landen en volkeren groeit en hoe meer we de overeenkomsten zoeken in plaats van de verschillen, hoe kleiner de kans dat we elkaar afmaken. Sloegen in de middeleeuwen Hollanders en Friezen elkaar de hersens in, tegenwoordig leven zij in harmonie in één land. Sinds de tweede wereldoorlog hebben Europese landen de samenwerking gezocht in de Europese Unie en leven in vrede. Laat de belangen van banken en andere financiële instelleningen hierin geen spelbreker zijn… Een oorlog maakt meer kapot dan je lief is.

 

Facebooktwittergoogle_plusmail